NEPTUNEA


STARTPAGINA NL

Inleiding

De stam van de weekdieren (Mollusca) groepeert organismen die een week (Lat. mollis = zacht) lichaam bezitten. Ze behoren tot de ongewervelde dieren en beschikken dus niet over een inwendig skelet dat de organen steunt en beschermt. In plaats daarvan wordt het dier omgeven door een grote lichaamsplooi – de mantel – die bij de meeste soorten een uitwendig skelet of schelp vormt.

Weekdieren worden op basis van lichaamskenmerken en het uitzicht van de schelp verdeeld in zeven klassen: de Aplacophora, de Polyplacophora of keverslakken, de Monoplacophora, de Gastropoda of slakken, de Cephalopoda (koppotigen of inktvissen), de Bivalvia of tweekleppigen en de Scaphopoda (olifantstanden of stoottanden).






Aplacophora
Polyplacophora
Monoplacophora

Aplacophora

Polyplacophora

Monoplacophora
gastropoda
Bivalvia
Cephalopoda
Gastropoda
Bivalvia
Cephalopoda

Scaphopoda
Scaphopoda


Belgische Vereniging voor Conchyliologie

Weekdieren leven in alle wereldzeeën, maar ook in brak- en zoetwater of op het land. Hun schelpen spoelen aan overal op stranden of worden door duikers en vissers uit het water gehaald en over de hele wereld verhandeld (geruild of verkocht). Door de eeuwen heen hebben ze de mens gefascineerd door hun fraaie kleuren en gevarieerde vormen.
Sinds de ontwikkeling van de natuurwetenschappen in de 18e eeuw hebben veel amateurs en professionele onderzoekers grote verzamelingen opgebouwd. Dergelijke conchyliologen, die de structuur van schelpen bestuderen, delen hun kennis via boeken en tijdschriften, congressen of verenigingen. Malacologen bestuderen ook het dier zelf.
In België zijn er twee verenigingen: de Franstalige ‘Société Belge de Malacologie’ (met zetel in Brussel) en de Nederlandstalige ‘Belgische Vereniging voor Conchyliologie’. Deze laatste groepering werd opgericht op 8 oktober 1961 in Antwerpen onder de naam ‘Gloria Maris’ (naam die verwijst naar een ooit zeldzame zeeschelp, de ‘Conus gloriamaris’ of 'glorie van de zee'). Op 9 mei 1974 werd de vereniging een V.Z.W. en in 1976 kreeg ze een nieuwe en definitieve naam (‘Belgische Vereniging voor Conchyliologie’ V.Z.W. afgekort B.V.C.). In 2011 ten slotte verwierf ze de titel van 'Koninklijke vereniging'.
Een aantal leden is alleen geboeid door de prachtige vormen en kleuren van de schelpen, andere verzamelaars houden het bij postzegels met schelpen als thema en tenslotte is er de kern van leden die de weekdieren (schelp en/of dier) wetenschappelijk bestudeert, zodat ze in staat is om o.m. advies te geven bij het identificeren van soorten. Vaak publiceren deze gespecialiseerde onderzoekers artikels in binnen- en buitenlandse tijdschriften over de verspreiding van weekdieren in bepaalde regio’s, de ontdekking van nieuwe soorten of de revisie van een bepaald genus. Sommige gedreven verzamelaars gaan daarbij zo ver dat ze zelfs boekwerken schrijven waarin een volledige familie of klasse van weekdieren wordt verwerkt. Voor een grondige kennismaking met de B.V.C. verwijzen we naar de website (http://www.konbvc.be/).


B.V.C.-Kust

In 1977 werd in West-Vlaanderen een dochterafdeling van B.V.C opgericht. Momenteel opereert ze vanuit Oostende onder de naam 'Neptunea', alias B.V.C.-Kust. De groep vergadert in principe op de eerste zondag van elke maand, van 9u tot 12u in de voormiddag in het zaaltje 'The Square House', Pr. Stefanieplein, 43 bus 8 in Oostende. In juli zijn er geen samenkomsten, maar op de derde zondag van augustus vinden de schelpenverzamelaars elkaar terug na het zomerreces. Het lidgeld bedraagt €10.

Het vergaderzaaltje is gemakkelijk bereikbaar (zie kaart) en er is een gratis parking in de directe omgeving (Koninginnelaan). Het zaaltje beschikt over voldoende accommodaties voor de ontvangst van een vijftiental mensen. Koffie en bier zijn beschikbaar en jaarlijks is er een receptie met champagne en allerlei versnaperingen. Een uitstekende verduistering laat toe dat voordrachtgevers de resultaten van hun excursies of studies met veel voldoening kunnen voorstellen. Alle mogelijke toestellen zijn beschikbaar zoals diaprojector, overheadprojector, beamer, videorecorder met geluidsboxen, laptop met internet aansluiting, scherm, laserpen, flip-over bord en magnetisch bord met statief. Op aanvraag kunnen ook een vijftal microscopen geplaatst worden. Er zijn voldoende tafels en stoelen aanwezig om studieactiviteiten, ruilverkoop of tentoonstellingen te organiseren.Tevens kan er gebruik gemaakt worden van een referentiecollectie met meer dan 17.000 verschillende mariene mollusken en 25.000 loten, zodat onbekende schelpen snel kunnen geïdentificeerd worden.

Doelstellingen die de kustafdeling nastreeft:

  1. Initiatie van leden in de verzameltechniek: veldwerk, reinigen en prepareren van schelpen, identificeren van soorten, opbergen en classificeren van schelpen;
  2. Organiseren van excursies en bespreking van de resultaten;
  3. Boekbesprekingen: zowel antiquariaatswerken als nieuwe boeken kunnen geraadpleegd worden of eventueel aangekocht worden;
  4. Voorstelling van nieuwe nummers van de belangrijkste tijdschriften;
  5. Uitwisseling van verzameltips;
  6. Ruilbeurs voor schelpen en boeken;
  7. Studie van bepaalde families, geslachten en soorten of mollusken uit een bepaalde schelpenprovincie;
  8. Aandacht voor de weekdieren in het kader van de natuurbescherming, met in het bijzonder onderzoek van de wereldwijde biodiversiteit;
  9. Korte spreekbeurten, ondersteund met dia’s, digitale beelden of films;
  10. Medewerking aan het tijdschrift ‘Neptunea’ door kritische besprekingen of opstellen van artikels;
  11. Leren fotograferen van schelpen;

De agendapunten worden via e-mail meegedeeld aan de leden één week vóór de vergadering. In het algemeen wordt gezorgd voor een praktische werking. Vergaderingen zijn geslaagd als iedereen het zaaltje verlaat met het besef dat men als schelpenverzamelaar iets heeft bijgeleerd. Dit is slechts mogelijk als iedereen bereid is zijn kennis ook aan andere mensen door te spelen.

Korte historiek van B.V.C.-Kust

  1. 7 oktober 1977: eerste vergadering in de projectiezaal van het Daverloopark In Assebroek (Brugge) onder leiding van Fernand Boone (Brugge) en Frank Nolf (Oostende), de eigenlijke stichters van de dochterafdeling, toen nog ‘B.V.C.-West-Vlaanderen’ of ‘B.V.C.-Brugge’.
  2. Oktober 1978: verhuis naar het ‘Ontmoetingscentrum voor Bejaarden’ in Assebroek.
  3. Vanaf 1986 wordt er vergaderd in de lokalen van de Brugse Trim- en Roeiclub.
  4. 1994: verplaatsing van de activiteiten naar Vosseslag, De Haan. Er wordt een bestuur samengesteld met als voorzitter Robert Coelus (De Haan), Fernand Boone als penningmeester en Frank Nolf als secretaris. De vereniging heet voortaan ‘B.V.C.-Kust’. Op 29 januari 1997 wordt een inwendig reglement opgesteld. Voortaan wordt er lidgeld gevraagd (eerst € 5, nu € 8). De dochterafdeling wordt gesubsidieerd door B.V.C. (Antwerpen). In de pioniersjaren moest de huur van de zaal betaald worden dankzij schenkingen en de opbrengst van een maandelijkse tombola.
  5. 2010: met de wind in de zeilen naar een nieuwe locatie in Oostende voor onze maandelijkse vergaderingen. Voortaan wordt er vergaderd in de Pr. Stefanieplein 43, bus 8 in Oostende. Deze optie biedt een unieke kans om bijeenkomsten te houden met alle mogelijke moderne voorzieningen zoals internet, uitgebreide bibliotheek, mogelijk om ZW- en kleurenkopies te maken, digitale foto's te nemen,...
  6. 2016: gezien de aanwezigheid van veel leden uit de verschillende Vlaamse provincies en soms ook uit het buitenland, maar anderzijds de kleinschaligheid van de groep werd er beslist om afscheid te nemen van het etiket 'B.V.C.-Kust'. In het laatste decennium blijkt er namelijk geen enkele binding meer te bestaan met de zetel in Antwerpen, noch wat aanwezigheid op de vergaderingen, financiële steun of interesse voor het tijdschrift betreft. Ons voorstel tot fusie tussen de magazines 'Gloria Maris' en 'Neptunea' werd door het bestuur van B.V.C. afgeketst. 'Neptunea' wil meer zijn dan een dochtervereniging en ze wil opereren over alle verenigingen en provincies heen.

Nadat er gestart werd met twee leden, konden we in het eerste decennium rekenen op de gemiddelde aanwezigheid van een vijftiental leden. De verplaatsing van de activiteiten naar de kust zorgde voor een fikse aangroei van dit aantal, zodat twintig tot dertig verzamelaars geregeld de vergaderingen bijwoonden. In de voorbije jaren is er opnieuw een terugval tot een vaste kern van een tiental geestdriftige en actieve mensen, d.i. de helft van het totaal aangesloten leden.

Activiteiten

Behalve de basisdoelstellingen werden gedurende dertig jaar veel interessante initiatieven genomen: er zijn de talrijke voordrachten, de dagexcursies (Oostduinkerke, De Panne, privéverzamelingen, Stedelijk Aquarium Oostende, heemkundige kring Turkeyenhof in Bredene, Schoolmuseum in Gent, Audresselles, St. Omer, …), maar ook bezoeken aan Londen of groepsreizen naar Bretagne, organisatie van mini-shellshows en extra muros activiteiten zoals:


Het meest recente initiatief is het tijdschrift ‘Neptunea’, opgericht in maart 2002. Het eerste artikel over de Solecurtidae in Europese wateren bleek zo interessant voor gevorderde verzamelaars dat al snel werd afgestapt van de publicatie van reisverhalen. Oorspronkelijk verscheen het tijdschrift in het Nederlands, maar vorm en inhoud bleken in dergelijke mate aan te slaan - ook bij een buitenlands lezerspubliek - dat vanaf 2005 werd overgeschakeld op het gebruik van het Engels als voertaal. Op dit ogenblik zijn de publicaties vooral gericht op de bespreking van mariene mollusken uit de oostelijke Atlantische Oceaan en West Afrika met bijhorende zeeën. Er worden nu ook geregeld nieuwe soorten beschreven en er is veel belangstelling voor de fraai geïllustreerde artikels in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje.

Mede-oprichter Fernand Boone (30 juni 1940-3 juni 2006)

Fernand Boone

Fernand Boone was een kleurrijke figuur met een bijzonder gevoel van humor. Hij was een man met veel talenten. Zo sprak en schreef hij een vijftal talen (Nederlands, Frans, Engels, Spaans en Italiaans), hij was erg belezen en had een brede interesse voor kunst en cultuur, natuurwetenschappen, scheepvaart en in het bijzonder voor alle onderwerpen die verband houden met de zee. Dit laatste was wellicht een gevolg van zijn verleden als machinist bij de lange omvaart. Daarenboven was hij tot op vijftigjarige leeftijd een fervente duiker. Na acht jaar reizen kwam hij terecht op het studiebureau van ‘La Brugeoise’ (het huidige ‘Bombardier’, fabrikant van trein- en tramstellen). Hij was er ongeveer vijfentwintig jaar tewerkgesteld, maar moest als gevolg van reconversie in het bedrijf vroegtijdig op rust gaan. Fernand had interesse voor genealogie en heraldiek (familiewapens) en had een bijzondere passie voor de geschiedenis van de twee wereldoorlogen. Hij was vooral verzamelaar, niet alleen van boeken en schelpen maar onder andere ook van thematische postzegels: ‘niet het bezit van voorwerpen is belangrijk maar wel de relatie die je hebt tot die dingen’. Fernand gebruikte zijn brede belangstelling vooral als middel om met mensen in contact te kunnen komen. Het was een man met welomlijnde ideeën, maar hij betoonde evenveel respect voor alternatieve opvattingen. Als er één verdienste is die wij in het bijzonder van Fernand wensen te onthouden dan is het vooral zijn tomeloze inzet voor alle initiatieven waar hij borg voor stond.